Martijn Couwenhoven

Martijn Couwenhoven

Biografie

Martijn Couwenhoven (Wormerv eer, 1972)

Vanaf de dag dat schilder Martijn Couwenhoven (Wormerveer, 1972) de academie verliet, werkt hij gestaag aan een bijzonder oeuvre. Zonder aanloop of ontwikkeling presenteerdede kunstenaar vanaf 1997 kleine schilderijen die zich bevinden op de rand van realisme enabstractie, zorgvuldige vormstudies naar details uit de werkelijkheid. De ingetogen doeken zijn bescheiden en onthullen pas bij nadere beschouwing de doorwrochte en esthetische wereld die ze verbeelden. Ieder jaar schilderde Couwenhoven een handvol van deze koele innerlijke landschappen. In 2004 sloeg hij een andere weg in. Voor de buitenstaander misschien niet meer dan een kleine stap, maar voor de kunstenaar een duizelingwekkende transformatie, te vergelijken met een monnik die de eenzaamheid van het klooster verlaat en de wereld in trekt.In het atelier hangen een paar van de nieuwste werken, formaat 20 x 50 cm. Het zijn studies in stemmig blauw en grijs. Tot zover haken ze aan bij het oudere werk. Maar ze worden overspoeld met grillige accenten in zwart, roze en geel. Sommige van deze bewegelijke vormen zijn vlekkerig, anderen stuiteren jolig door het beeld of stromen stroperig traag en dramatisch naar omlaag. Die vormen zijn de dragers van het nieuwe, dat agressief is binnengedrongen in de stille schilderijen om daar de strakke vormen en schuchtere kleuren open te breken. Met het nieuwe werk heeft Couwenhoven zijn blik verruimd, voorbij aan de geconcentreerde oefeningen in eenvoud. «Ik wilde losser werken, » zegt hij. Dat is hem gelukt. Het kostte hem het grootste deel van 2004 om een vorm voor dat losse te vinden.Om de ware omvang van de verandering te meten, is het goed om Couwenhoven als kunstenaar te typeren. Hij gaat voorzichtig en bedachtzaam te werk. Voor hem is zelfs de kleinste verandering kolossaal. Tot een jaar geleden stond alles in de zorgvuldig opgebouwde composities rotsvast op zijn plaats. Geen detail kon op een andere plek, geen kleur kon worden toegevoegd of verwijderd. De werkwijze van Couwenhoven is illustratief voor deze visie. Pas na eindeloos wikken en wegen en voorzichtig tasten – waarvan de sporen terug te vinden zijn in talloze schetsboektekeningen – kwam het tot een bruikbaar idee. Dat werd vervolgens in verf vertaald, zodat het schilderij nietveel meer was dan de plek waar het idee werd uitgevoerd. Kenmerkend voor deze schilderijen zijn de simpele vormen en de dunne lagen eitempera verf, in gedempte Hollandse tonen opgezet. De behoedzame precisie blijkt onder meer uit het feit dat er een belangrijke rol is weggelegd voor de lengte en richting van de kwaststreken: de grote vormen in de compositie bestaan vaak uit ragfijne lijntjes, in één langzame beweging geschilderd met een brede kwast. Adembenemend om naar te kijken, deze perfectie, deze concentratie op het detail, deze oefening in eenvoud.Couwenhoven betoonde zich hiermee een meester in geconcentreerd en koel schilderen. Hij bracht het landschap terug tot de essentie en verhief details uit zijn achtertuin tot een ijzige monumentale esthetiek. Het is een beheerste vorm van impressionisme, dit determinisme van atmosfeer. Ik stel me zo voor dat Couwenhoven aan zijn schilderijen werkte zoals een middeleeuwse monnik aan het overschrijven van een heilig handschrift: jarenlang, vol overgave, in een prettige trance en buiten de tijd. Logisch dat de productie van de kunstenaar niet hoog was, misschien twaalf werken per jaar. Monnikenwerk. Het zoeken naar de compositie, de precisie van vorm en kleur, de beheersing van de techniek, de voorspelbaarheid van het proces, de koelheid van het resultaat – het zijn stuk voor stuk verleidelijke argumenten om het monnikenwerk voort te zetten.Er schuilt echter een groot gevaar in de werkwijze van de monnik: de formule. Voor de monnik lijkt me dat overigens ideaal. Als hij niet meer hoeft na te denken over het hoe of wat van zijn geschrijf, maar zich slechts hoeft te voegen naar de beweging van zijn pen die over het perkament krast, dan wordt hij wat hij doet. De monnik bereikt een meditatieve staat met de formule als ideaal voertuig voor concentratie. Wat voor de monnik heilzaam is, kan voor de kunstenaar dodelijk zijn. Een formule die zich beperkt tot strakke vormen, gedempte kleuren en tot op de haar nauwkeurige kwaststreken kan prachtige kunst opleveren – de landschappen van Couwenhoven bewijzen het. Maar een formule kent haar grenzen. Zijn deze bereikt, dan treedt de herhaling in. En juist herhaling is een doodzonde in de moderne kunst. Couwenhoven kwam op een dag de formule tegen in zijn werk. Hij voelde hem en definieerde hem – en was daarmee aan de grens gekomen. Er kon geen nieuw werk bij komen zonder in herhaling te vallen. Zonder ook slap werk te leveren. Er moest iets nieuws komen. Dat is voor een bedachtzame kunstenaar een moeilijk moment. Je verlaat huis en haard, je verbrand je schepen achter je en betreedt een nieuwe kust.Al langere tijd was Couwenhoven geïnteresseerd in water. Beter gezegd, de beweging van water. Raakte in zijn eerdere werk alle substantie bevroren – van water tot wolken, van flapperend zeildoek tot beton – nu keek hij juist naar dit bewegelijke element omwille van haar bewegelijkheid. Onwennig schilderde hij een doek na met veel water en twee zwanen. Daarna trok hij naar Giverny, de ideale tuin van Claude Monet, en keek naar diens vijver. Keek naar de waterlelies van de oude meester, hoe hij beweging en diepte in verf en doek wist te vangen. De koele impressionist leerde de onstuimigheid van de vader van het impressionisme kennen. Al schilderend kreeg de hand van Couwenhoven meer grip op het speelse water. Zijn pols werd soepel. De strakke vormen, de strenge composities raakten los. Er ontstonden nieuwe dingen, toevalligheden overkwamen hem en werden door hem toegelaten. Er kwam een nieuwe vreugde in het schilderen zelf. Hij begon aan een doek zonder te weten hoe het eindresultaat zou zijn. Een ongekende vrijheid waar hijaanvankelijk met argwaan van proefde, maar die hij allengs dansend omarmde.Couwenhoven maakte zich los van zijn stoïcijnse blik naar binnen, zijn monnikenwerk, zijn ode aan de formule. Hij richt nu zijn blik naar buiten en besluit de beweging, de schittering en de onmogelijkheid van het water onder ogen te zien. Dat doet de kunstenaar overigens met alle bedachtzaamheid die bij hem pas, met alle techniek en inzicht die hij eerder verwierf. En hij doet het volgens zijn eigen schilderwetten. De eerste wet behelst nog steeds de aandacht voor het detail; de tweede nog steeds de schoonheid van het detail en haar plaats in het grotere geheel. Maar de derde wet is nieuw: alles dat bevroren was, is ontdooid. Water is daarvoor het symbool bij uitstek. Met de beweging van het water laat Couwenhoven details dansen en stromen, en vangt hij de organische vormen van het leven, de kwetterende kleuren, de caleidoscoop van de voortjagende natuur. Dat is de revolutie in zijn werk. Hij kiest niet langer de roerloos esthetische uitsneden, de details die zich laten invriezen onder de strengheid van zijn koele blik, hij kiest voor het ogenblik, voor het vlietende leven. Logisch dat hij het trage eitempera verving door het snelle acryl.Het resultaat is onmiskenbaar de kunst van Couwenhoven Sterker nog: argeloze toeschouwers zullen zeggen dat de veranderingen nogal meevallen. Maar daarmee gaat men voorbij aan de essentie. En die is dat Couwenhoven het doel van zijn schilderen heeft omgedraaid: zijn speurtocht naar het onveranderlijke is omgeslagen naar het vangen van beweging. Hij verving de archeologische pikhouweel door het vlindernet. De wereld dendert als een lawine over zijn schilderijen en de kunstenaar laat zich overweldigen en sturen door beweging. Aan hem de taak om het juiste moment te pakken en dit – voor even maar – vast te houden. De compositie is niet langer een hermetische reconstructie, maar een trillende still uit een snelle film. De monnik heeft zijn kap afgeworpen en is naar buiten gegaan. Hij kijkt naar het water en de wolken, ziet hoe Hollands de kleuren zijn en hoe grillig de wereld is. Aan de oever van een water zet hij zich schrap, kijkt op en voelt de kracht van de expressie. Een sprong vangt aan.

Kunstwerken van Martijn Couwenhoven in onze collectie



Martijn Couwenhoven
"Zonder titel I"
HxB: 24 x 30 cm - Acryl

Huurpijs € 12,- p/m
Verkoopprijs € 500,-